Elektronische schakelingen bestaan uit losse onderdelen. Deze onderdelen noemen we componenten.
In radioapparatuur vind je onder andere weerstanden, condensatoren, spoelen, diodes, transistoren, filters, schakelaars en zekeringen.
Voor het Novice examen hoef je geen professioneel ontwerper te zijn, maar je moet wel snappen wat de belangrijkste onderdelen doen.
Een weerstand beperkt de stroom in een schakeling. Je kunt hem zien als een vernauwing in een waterleiding.
De waarde van een weerstand wordt gemeten in Ohm.
Weerstanden worden gebruikt om onderdelen te beschermen, spanningen te verdelen en stromen te begrenzen.
Een condensator kan elektrische lading opslaan. Hij bestaat simpel gezegd uit twee geleidende platen met isolatiemateriaal ertussen.
De waarde van een condensator wordt gemeten in Farad. In radioapparatuur zie je meestal microfarad, nanofarad of picofarad.
Condensatoren worden gebruikt in voedingen, filters, afstemming en ontkoppeling van storingen.
Een condensator laadt op en blokkeert daarna de gelijkstroom.
Een condensator kan wisselspanning wel doorlaten, afhankelijk van de frequentie.
Een spoel is een draad die in windingen is gewikkeld. Wanneer er stroom door loopt, ontstaat er een magnetisch veld.
De waarde van een spoel wordt gemeten in Henry.
Spoelen worden gebruikt in filters, afstemkringen, transformatoren en antenne-aanpassingen.
Een spoel laat gelijkstroom makkelijk door.
Een spoel kan hoge frequenties juist tegenwerken.
Een diode laat stroom maar één kant op door. De andere kant op blokkeert hij.
Dit is handig bij gelijkrichting, bescherming tegen verkeerde polariteit en detectie van radiosignalen.
Zet wisselspanning om naar pulserende gelijkspanning.
Kan apparatuur beschermen tegen verkeerd aansluiten.
Een LED is een speciale diode die licht uitzendt wanneer er stroom doorheen loopt.
Een LED moet bijna altijd een serieweerstand hebben. Zonder weerstand kan er te veel stroom lopen en gaat de LED kapot.
Een transistor kan werken als elektronische schakelaar of als versterker.
In radioapparatuur worden transistoren gebruikt om signalen te versterken, oscillatoren te bouwen en zenders aan te sturen.
Een kleine stuurstroom schakelt een grotere stroom.
Een zwak signaal wordt sterker gemaakt.
Een transformator werkt met magnetische koppeling tussen spoelen.
Hij kan wisselspanning verhogen of verlagen. In voedingen wordt dit gebruikt om netspanning om te zetten naar een lagere spanning.
Een transformator werkt alleen goed met wisselspanning, niet met gewone gelijkspanning.
Een relais is een schakelaar die bediend wordt door een elektromagneet.
Met een kleine stuurstroom kun je zo een grotere stroom of een ander circuit schakelen.
In radioapparatuur kom je relais tegen bij antenneschakeling, PTT-schakelingen en eindtrappen.
Een zekering beschermt apparatuur en bedrading. Als er te veel stroom loopt, brandt de zekering door.
Vervang een zekering altijd door dezelfde waarde. Een zwaardere zekering plaatsen is geen oplossing, maar vragen om ellende.
Een schakelaar onderbreekt of verbindt een stroomkring.
Denk aan een aan/uit-schakelaar, PTT-knop op een microfoon of een keuzeschakelaar op een radio.
Een potmeter is een regelbare weerstand. Je gebruikt hem bijvoorbeeld voor volume, squelch of instelling van een schakeling.
Een kristal wordt gebruikt om een zeer stabiele frequentie te maken.
In radioapparatuur helpt een kristal bij oscillatoren, mixers en frequentie-opwekking.
Hoe stabieler de frequentie, hoe beter de zender of ontvanger op zijn plek blijft staan.
Een filter laat bepaalde frequenties door en houdt andere frequenties tegen.
In radio is dit ontzettend belangrijk. Filters zorgen dat je het gewenste signaal hoort en ongewenste signalen onderdrukt.
Laat lage frequenties door en verzwakt hoge frequenties.
Laat hoge frequenties door en verzwakt lage frequenties.
Laat één gebied met frequenties door.
Houdt juist één gebied met frequenties tegen.
Veel radioapparatuur werkt op 13.8 Volt gelijkspanning. Daarvoor gebruik je een voeding.
Een goede voeding moet genoeg stroom kunnen leveren en zo min mogelijk storing veroorzaken.
Schakelende voedingen zijn compact en krachtig, maar kunnen soms storing geven als ze slecht ontworpen zijn.
Weerstand.
Condensator.
Spoel.
Laat stroom één kant op door.
Werkt als schakelaar of versterker.
Laat bepaalde frequenties wel of niet door.
Componenten zijn de losse onderdelen waar elektronische schakelingen uit bestaan.
Voor radio zijn vooral weerstanden, condensatoren, spoelen, diodes, transistoren, filters en voedingen belangrijk.
Begrijp je wat deze onderdelen ongeveer doen, dan wordt radioapparatuur veel minder geheimzinnig.