In de radiowereld worden veel afkortingen gebruikt. Deze pagina is bedoeld als handig overzicht.
Amplitude Modulatie
De sterkte van de draaggolf verandert met het geluid.
Bandbreedte: ongeveer 6 kHz.
Frequentie Modulatie
De frequentie verandert een klein beetje met het geluid.
Bandbreedte: meestal 12,5 kHz of 25 kHz.
Single Side Band
Eén zijband zonder draaggolf. Veel gebruikt voor DX.
Bandbreedte: ongeveer 2,4 tot 3 kHz.
Upper Side Band
De bovenste zijband van SSB.
Veel gebruikt op hogere HF-banden.
Lower Side Band
De onderste zijband van SSB.
Veel gebruikt op lagere HF-banden.
Continuous Wave
Morse. De draaggolf wordt aan en uit geschakeld.
Bandbreedte: zeer smal, vaak enkele honderden Hz.
Digitale mode
Voor zwakke signalen en korte automatische berichten.
Bandbreedte: ongeveer 50 Hz.
Digital Mobile Radio
Digitale spraak via portofoons, repeaters en hotspots.
Bandbreedte: meestal 12,5 kHz.
Een radioverbinding of gesprek.
Locatie of woonplaats.
Storing door andere stations of signalen.
Natuurlijke storing, bijvoorbeeld onweer.
Wie roept mij?
Naar een andere frequentie gaan.
Verre verbinding.
Groeten / beste wensen.
Ontvangen.
Zenden.
Push To Talk, de zendknop.
Standing Wave Ratio. Geeft antenne-aanpassing aan.
Radioverbindingen zijn niet altijd perfect. Soms zit er ruis, fading, storing of een zwak signaal op de frequentie.
Daarom gebruiken radioamateurs, luchtvaart, scheepvaart en hulpdiensten een vast spellingsalfabet.
De woorden in het NAVO spellingsalfabet zijn speciaal gekozen zodat ze:
Bijvoorbeeld: Sierra klinkt wereldwijd veel duidelijker dan zelfbedachte woorden of lokale varianten.
Daarom werkt het officiële NAVO alfabet in de praktijk meestal beter dan creatieve alternatieven.
Alfa
Bravo
Charlie
Delta
Echo
Foxtrot
Golf
Hotel
India
Juliett
Kilo
Lima
Mike
November
Oscar
Papa
Quebec
Romeo
Sierra
Tango
Uniform
Victor
Whiskey
X-ray
Yankee
Zulu