In de radiowereld vliegen enorm veel signalen tegelijk door de lucht. Zonder filtering zou een ontvanger ÊÊn grote chaos van signalen worden.
Filters zorgen ervoor dat een radio alleen de gewenste frequenties doorlaat en ongewenste signalen probeert tegen te houden.
Een condensator bestaat uit twee platen met daartussen een isolerende laag.
Gelijkstroom kan er uiteindelijk niet doorheen, maar wisselstroom en hoge frequenties juist makkelijker.
Denkbeeldig kun je zeggen dat hoge frequenties als het ware een klein sprongetje maken tussen de platen.
Daarom worden condensatoren vaak gebruikt om hoge frequenties door te laten.
Een spoel bestaat uit draad met meerdere windingen.
Gelijkstroom loopt gemakkelijk door een spoel, maar hoge frequenties krijgen steeds meer moeite.
Je kunt een spoel zien als een kronkelweg.
Hoge frequenties vliegen als het ware uit de bocht bij veel windingen.
Een laagdoorlaatfilter laat lage frequenties door en houdt hoge frequenties tegen.
Dit soort filters worden vaak gebruikt om harmonischen en storing te verminderen.
Een hoogdoorlaatfilter doet precies het tegenovergestelde.
Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt om lage brom of ongewenste signalen weg te filteren.
Een bandfilter laat alleen een bepaald stuk van het frequentiegebied door.
Bijvoorbeeld alleen:
Twee weerstanden in serie kunnen een spanning verdelen.
Dit noemen we een spanningsdeler.
Met twee weerstanden kun je bijvoorbeeld van 12 volt een lagere spanning maken voor een schakeling of meting.
Bij parallel geschakelde weerstanden verdeelt de stroom zich over meerdere paden.
De stroom kiest als het ware meerdere wegen tegelijk.
Meer parallelle paden maken het makkelijker voor stroom om te lopen.
Gebruiken filters om storing en harmonischen te verminderen.
Gebruiken filters om alleen de gewenste signalen te ontvangen.
Gebruiken filters om zenden en ontvangen tegelijk mogelijk te maken.
Gebruiken condensatoren om spanning gladder te maken.